Antracietisme

Door de komst van wel 500 Animalcops zouden de dieren beter tegen gespuis beschermd worden dan de rest van de bevolking. Gelukkig zijn ze daarom weer afgeschaft. Maar toch wordt het tijd dat de dieren eindelijk eens wat terug doen.

En met name de honden. Ik zal het nu even niet hebben over de miljarden tonnen stront die ze dagelijks over ons uitstrooien. Zand erover. Het zij ze even vergeven als ze nu eindelijk eens gaan doen waar ze oorspronkelijk voor bedoeld waren. Het beschermen van oude vrouwtjes met tasjes en blonde meisjes met korte rokjes en homo’s natuurlijk met zo’n roze zakdoekje in de kontzak.

Het zou wenselijk zijn als alle doelgroepen een van Rijkswege verstrekte en gesubsidieerde beveiligingshond zouden krijgen. Met de verplichting om deze mensenvriend altijd bij je te hebben als je ook maar een stap buiten zet. Ik denk nu ook even aan hondenflitspalen voor onverlaten die zonder de vereiste hond het buitengebeuren overtreden met bijpassende vette bekeuringen.

En dan niet zo’n klein luttekikkertje – die kunnen desnoods als voer dienen – maar een echte hond met blikkerende tanden die minstens 4 kilo pens per dag vreet en als de postbode komt de gordijnen en deurklinken van de voordeur afvreet. Zo eentje! Dan is ‘t afgelopen met meisjes die zonder bewijs hoer genoemd worden, oude vrouwtjes die van hun tasjes worden ontdaan omdat daar een rozenkrans in zit en postbodes die dreigbrieven van de overheid in je gleuf stoppen.

Met weemoed denk ik nu aan mijn ex-hond Oscartje, een bouvier met een rode gloed over zijn zwarte haren. Een reus van een beest met prachtige valse rode ogen. Volgens kenners was ie knettergek maar dat kwam door die rode gloed. Als je thuis kwam kon je duidelijk zien dat er iemand aan de deur was geweest. De gordijnen zweefden als sneeuwvlokjes door de kamer en het bankstel was een tienzits geworden.

Oscartje koesterde een opmerkelijk wantrouwen tegen alles wat maar fladderde, zwart was of zich anderszins vreemd gedroeg. Zo heeft hij bejurkte paters inclusief de laatste sacramenten tot op het bot afgekluifd omdat hij een groot kindervriend was en zijn ogen nooit sloot. Ook nonnen die zich met fladderende zwarte jurken tegen de wind in bewogen moesten eraan geloven. Op de duur kreeg ik ook geen post meer maar werd mij een gratis postbus op’t postkantoor aangeboden.

Ook de gekleurde medemens moest het ontgelden. Het devies van Oscartje was dan ook kennelijk ‘in het donker loert het gevaar”. Tientallen donkere kleine hondjes uit de buurt werden verslonden. Ik hoor nog de wanhopige stemmen van de vrouwtjes die om hun lievertjes weenden en wekenlang met een leeg riempje bij een bos tulpen op de straathoek stonden te treuren. Witte hondjes, zoals de Jack Russell van de buren, konden geen kwaad bij hem doen en ze likten dus gewoon aan z’n hol.

Voor mensen die hem niet gekend hebben was ‘t maar een merkwaardige hond. Op zijn halsband hadden we daarom maar laten zetten “eerst bijten dan kwispelen”. Theedrinken was toen nog niet zo populair anders had ik dat er wel op laten zetten. Ik twijfel nog steeds of Oscartje eigenlijk niet een vieze vuile racist was. Maar ik denk eerder dat hij een hond was met een enorme zelfkennis.

Hij wist dat ie knettergek en gevaarlijk was en legde al heel gauw de link naar zijn antracietkleurige uiterlijk met rode gloed en bijpassende rode ogen. En dat ga je als hond dan natuurlijk projecteren op je omgeving en beken je kleur. Nee, een racist was hij niet. Ik denk eerder aan een mildere vorm van antracietisme met zelfreflectie, wat dat ook mag zijn voor een hond.

Oscartje hapte ook altijd met veel plezier naar de banden van brommers waarop het onvermijdelijke brommertuig zat met lange wapperende haren. En wapperen, daar was Oscartje niet van gediend. De bandenboer kwam hem daarom dan ook elke vrijdag een paar kilo kluiven brengen. Toen Oscartje zijn activiteiten uiteindelijk ging uitbreiden naar het echte grote werk, vrachtwagenbanden, is hem dat over de kop gerold en noodlottig geworden.

(Dit artikel wordt weer geheel belangeloos gesponsord door de Nederlandse Vereniging van Bouvierfokkers en die van de Bandenboeren en werd eerder elders door mij gepubliceerd maar toen las niemand het omdat er nog geen Zwarte Pietendiscussie was.)