De een z’n boot is de ander z’n dood

Ja, we vinden het best erg dat je moet sterven door ons product te eten. Maar begrijp dat dan toch: anders gaan we failliet of moeten we de boot verkopen!

Eiergeruchten
Huilende mensen, die bang voor de toekomst zijn omdat er weer eens gezeur is over vreten. Onwillige consumenten die al beginnen te gillen als er een beetje insectenverdelgingstroep in hun eitje zit. En dan die geruchten, dat het ook in de kip, het rund, de zalm, de goudvis, de hond, de kat, de vloerbedekking, de cavia, de vingerverf voor de kinderen en in de rubbermeuk op het voetbalveldje zit. Best begrijpelijk dat ze dit zeurvolk willen omvolken met dat gezeik altijd dat ze niet dood willen. Het zit al jááren in d’r eitje en stukje kip. En hebben ze ooit iets gemerkt? Nou dan, gewoon doorknagen.

Paniekkippen
Want wat maakt het eigenlijk uit dat je na 20 jaar pas dood gaat aan het eten van eieren met Fipronil d’r in. Spul waarvan mensen gebruik maakten voor een poging tot zelfmoord en er niks van opliepen. Die waren al na een week intensief care op de intensive care, met maaguitpompingen, tankwagens anti-braakmiddel, maagwandbeschermers, volledige doorspoeling van alle organen weer thuis. Dankzij de met defibrillators rondrennende paniekkippen van het ziekenhuis. Thuis stierven ze dan 4 dagen later gelukkig aan de effecten van hun poging tot zelfmoord en dus, volgens hooggeleerde mensen, niet aan die eiermeuk.

Paniekchickies
Je kunt, zeggen de geleerden, rustig 400 miljoen eieren in 2 dagen eten zonder dat je er iets van merkt. Beetje een opgeblazen gevoel misschien maar dat hou je toch. De hoeveelheid gevaarlijke stoffen is in al die producten zó gering dat je pas na 20 of 30 jaar wat zou kunnen merken. Maar dat heb je met bier of chocola ook, dus waar maken die consumenten zich dan druk om. Wie ligt er nu echt wakker van dat je pas in 2037 met een zuurstofslangetje in je neus en een sputumbak naast je kapot ligt te gaan tussen die leuke paniekkipjes?


Slikken kreng! Gifmengers willen hun eierproducten niet terug.


 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*