De Keizerin en Haar klerelijers

De zweep er over, sprak een van de Keizerinnen, dan pas zullen ze ontzag krijgen voor Onze macht. En Zij likte wellustig haar lipjes waar deze wijze woorden aan ontsproten. Straf hen ongenadig, zodat ze weer met de pet in de hand opzij gaan daar waar Wij schrijden en Ons niet meer voor de voeten lopen. Het gedrag van Haar gepeupel was kennelijk een doorn in Haar Keizerlijke Oog.

Ontzag zullen ze voor Mijn tolgaarders krijgen, zie hoe het Uitsmijtersgilde een voorbeeld kan zijn, en ze haalde minachtend Haar neusje op. Ik wil foto’s van elke ontzagloze zodat we het ontzag voor Ons er bij eenieder weer in kunnen planten. En het is Mijn wens, sprak Zij, dat het hele gepeupel met formulieren en passende bestraffingen overstelpt wordt, dat zal ze leren.

En de Keizerin besloot dat de uniformen van haar Ontzagafdwingers ten behoeve van het afdwingen aangepast moesten worden.

Een grote pluim op de hoed, een ennorme sabel en tressen op de schouders, bedacht Zij. En op de borst enkele rijen medailles, bijvoorbeeld eentje voor elke tienduizend euro binnengesleepte ontzagvergoeding. Ja, dat zou heel goed werken. Dat zou het onnozele gepeupel weer kermend van ontzag voor Haar en Haar tolgaarders door het stof doen kruipen. Ze glimlachte gelukkig bij de gedachte aan het enorme ontzag dat alle andere Keizers en Keizerinnen voor Haar zouden hebben. Misschien werd ze ooit nog eens genomineerd voor de Prijs der Prijzen, De Gouden Tampon.