Was Hitler er nog maar, die had ze allemaal kapot geschoten

Kun jij niet gewoon eens een keertje doorlopen met je gesemmel, vroeg ik aan het oude vrouwtje dat mij in het gangpad van de supermarkt met haar slakkerig gekruip in de weg liep. Met die rollator.

Doorligdoos
O, hallo, buurman, zei het slakkenvrouwtje, hoe is het met je, beetje van je verkoudheid af? Ja, ja, zei ik, mag ik er nu langs? In dit durp weet iedereen alles van elkaar en dus ook dat ik ontplof als ik door ouwe semmelende vrouwtjes met rollators dwars wordt gezeten, dus ze doen het er om. Komt door mijn zus, die een buurvrouw heeft wiens nicht in dat verzorgingstehuis de haren van de slakjes doet. Dus daar wordt nogal wat nieuws uitgewisseld. Ik moet je toch even wat vertellen, zei ze. Nee, hè, zei ik en probeerde met mijn ogen te rollen. Ja, zei ze, we krijgen vanaf 5 december, na Sinterklaas, allemaal een eigen asielzoeker op de kamer, hoe vindt je die? Proficiat, zei ik, best handig tegen een droge doorligdoos, maar ik moet verder, ik zie dat de eieren bijna uitverkocht zijn, dus uh..

Gevallen vrouw
Ze versperde mij de weg en leunde bevallig met een hand op haar rollator. Hierdoor was nu het hele gangpad afgesloten voor mensen die dringend naar de eieren moesten. En, zei ze, misschien krijgen we ons koekje terug. Kijk maar uit, zei ik, met dat aanleunen op je racefiets, straks val je nog om. Nou, zei ze, 50 jaar geleden vonden jullie dat geen probleem als ik omviel, weet je nog? Ja, ja, zei ik walgend, doe maar verder over dat koekje. Nou, zei ze, het Sint Josef krijgt 4000 euro per dag per asielzoeker en omdat wij ze op onze kamer nemen krijgen wij een koekje bij de koffie, net als vroeger.

Lokkoekjes
Jullie nemen niks op jullie kamer, zei ik, die asielzoekers worden hoofdbewoner en jullie worden onderhuurder bij de asielzoeker. Dat heeft met de financiering te maken. Verder kun je de speklapjes en de varkensoren in de erwtensoep vergeten, moeten jullie een hoofddoek op je kop, mag je niet meer in het kapelletje tegen de Heilige Maagd aanzeuren met je rozenkrans en staat op het nuttigen van boerenjongens tijdens het kienen de doodstraf door ingraving en steniging. Je rollator wordt in beslag genomen en ter beschikking gesteld aan mensen die werkelijk onze steun nodig hebben, na al dat gedobber. En dat koekje is een lokkertje. Dat koekje bestaat helemaal niet. Dat koekje, dat ben jij, voegde ik eraan toe want dat klonk zo goed.

Sperciebonenetikettenlezeres
Ontsteld keek de vrouw met de racefiets mij aan. Geen koekje, stamelde de ongelukkige, geen koekje, dan wil ik die asielzoeker ook niet! Ze kneep haar lippen samen en haar kin kwam dreigend naar voren. Dan wil ik die hele kutasielzoekers niet, vloekte ze en de hele file die zich achter mij had gevormd begon de etiketten op de blikken sperciebonen aandachtig te lezen. Zonder koekje wordt er godverredomme niet gedobberd, gilde de verstoorde vrouw. Kut, dacht ik, nu heb ik de stomste fout gemaakt die je met vrouwen kunt maken. Want wat zei de vrouwenkenner ook alweer? Nee, ik bedoel niet Jules Deelder want die zei ook best wel iets verstandigs zoals: ‘Vrouwen? Als ik rotzooi in mijn nest wil hebben schijt ik er zelf wel in’, nee, ook niet die andere, die vriend van mijn broer die meende: ‘Vrouwen? Na elk gebruik een nekschot’. O ja, ik weet het weer, het was onze Ome Hent die zei dat je nooit een droge vrouw moet wakker maken uit een natte droom.

 

Bijtbal voor tegen te vrije meningsuiting
Eindelijk waren de verplegers aangekomen en spanden het slakkenvrouwtje zo’n jasje om het lijf. Ze schuimbekte inmiddels. Al haar dromen over eerlijk delen van koekjes waren in duigen gevallen. Ze vloekte en tierde dat je vroeger rustig de fiets buiten kon laten staan, zonder slot nog wel en dat het op slot doen van de achterdeur een motie van wantrouwen tegen de buurt was en dat het jammer was dat Hitler dit niet meer kon meemaken want die had ze allemaal kapot geschoten. De verplegers stopten haar zo’n bijtbal in de bek zodat het nu weer wat rustiger werd in de supermarkt. De eieren waren uitverkocht. Ja, alleen die dure waren er nog met dat gras en zo.