Woekerdonatiepolis was een geintje van Balkenende en Koenders

Gelukkig dat onze betrouwbare Belovers ons indringend via alle mogelijke media verzekerden dat het allemaal wel snor zat dit keer. Dat we er nu eens een keer echt op konden vertrouwen dat de bijeengesprokkelde centjes alleen maar terecht zouden komen bij de arme mensen in Haïti en de buit niet zoals gebruikelijk in de zakken van rovers en heulers terecht zou komen. De Rekenkamer zou het allemaal controleren dus stort je poen maar massaal op een gironummer want uw Overheid waakt.

En omdat we door deze uitspraken van onze heersers altijd weer onmiddellijk vol vertrouwen schieten was iederereen er volkomen gerust op en gaf dus met volle teugen. Want er waren van eerdere acties – denk aan de tzunami’s – nogal wat onrustige gevoelens overgebleven. Bijvoorbeeld over arme mensen die in de door het noodlot getroffen gebieden nog steeds de moord steken van ellende en nog geen stuiver van de bijeengegraaide honderden miljoenen hebben gezien. En vreemde beelden dagen in onze fantasie op over dikke Bentley’s, glimmende gouden kranen, paleizen en volgepropte bankrekeningen in exotische oorden.

Nee, zonder deze vertrouwde en dus zeer betrouwbare beloften zou de buit voor deze organisaties waarschijnlijk zeer schamel zijn geweest en misschien nog wel minder dan het bedrag dat de Belgen bij elkaar trommelden op een soortgelijk feestje.

Maar toen de buit binnen was bereikte ons het bericht dat het allemaal een geintje was van die controlegarantiepolis van de Rekenkamer. Nee hoor, dat was slechts een grollend grapje van de heer Balkenende en zijn vazal Koenders geweest dat de Rekenkamer wel even de bestemming van uw goede gaven voor Haïti zou controleren. Dus, met de kennis van nu en in het licht van een volgende keer weten we tegen die tijd opnieuw wat woorden waard zijn.

Van hetzelfde: